I.M.P. 6002

Christoph Graupner (1683 – 1760)

   
   

 

Graupner concentreerde zich in de periode 1709-1722 vooral op het componeren van opera's. In 1722 moest de opera in Darmstadt door geldnood worden gesloten. Geldgebrek was één van de redenen waarom Graupner in 1723 solliciteerde naar de vrijgekomen post van Thomascantor in Leipzig nadat zijn voormalige leraar Johann Kuhnau in 1722 was overleden. Hij kreeg van zijn beschermheer, landgraaf Ernst Ludwig von Hessen-Darmstadt, echter geen toestemming om ontslag te nemen. Daardoor moest hij zijn werk aan het hof hervatten en concentreerde zich op het schrijven van cantates en instrumentale muziek. In de cantates combineerde Graupner de traditionele polyfonie met de nieuwe galante stijl, waarbij de aria's vaak hoge eisen stellen aan solisten.
 

In the period from 1709 to 1722 Graupner was mainly occupied by the composing of operas.
In 1722 the Darmstadt opera had to be closed owing to lack of funds. This was one of the reasons why Graupner applied for the post of Thomaskantor in Leipzig, which had fallen vacant in 1722 at the death of his former teacher Johann Kuhnau. However, his patron, landgrave Ernst Ludwig von Hessen-Darmstadt, refused to accept his resignation. So Graupner had to resume his work at court and concentrated on the writing of cantatas and instrumental music. In the cantatas Graupner combined the traditional polyphony with the new galant style, where the arias made high demands upon the solo-singers.

   
 
     
 

Cantata: “Komm, o Tod, du Schlafes Bruder” GWV 1165 / 13

Partituur / Score / Partitur / Partition